Maandelijks archief: juli 2016

weide wel en wee

“Hoe kan dat nu, eerst goed uitlopen en dan toch nog dood, of forse schade! De oorzaak is de veel te warme december en januari. Sommige heesters en vaste planten stonden nog te groeien en te bloeien, alsof het zomer was. December met bloeiende vuurpijlen en stokrozen! Als alles normaal gaat, en de dagen korter worden, de nachten kouder, gaat de plant hier op reageren. Ze zorgen dat ze vocht kwijt raken, door minder op te nemen en het blad te laten vallen of verdorren. Hierdoor maken ze als het ware antivries. De zoutconcentraties (voedingszouten) in de cellen worden verhoogd door minder vocht. Dit jaar kregen ze daar de kans niet voor, met alle gevolgen van dien. (…) Nadat de schade opgenomen was kwam de tweede klap! Prunus (Pruim) en nog veel meer soorten, werden ineens, pas in april-mei, alsnog bruin. Of de punten van de vers uitgelopen takken verdorden! Na – schade! ”

Na – schade … dat is nu ook bij onze plataan, beuk en wilg aan de orde. Dit leerzame en interessante artikel van Kees van Olst hebben we gevonden op de website van ATV Nut en Genoegen.

Met de pompoenen gaat het gelukkig heel goed!

Fijne dag 🙂

Advertenties

pompoenen in zicht

 

Broeierig warm, het gras nog steeds nat, de aarde, – voor de tijd van het jaar -, nogal doordrenkt. Dat geeft veel geel blad in onze, dit jaar aangeplante, grote bomen. En het overige geel op de Landschapsweide is afkomstig van de pompoen planten. Aan de gele bloemen vormen zich vruchten. De pompoenen zijn al in zicht! De vijgenboom in zijn beschermende behuizing, heeft het goed naar zijn zin. We hebben ook een stek gevonden (en aangeplant) van een zogeheten: robinia pseudoacacia.

robinia_pseudoacacia

 

een tent van tamarinde

Bijschrift: Zonovergoten plataan op de Landschapsweide. Wijst met zijn jonge bladeren de hooggeëerde plaatsen aan. Alwaar witte wolken kwartiermaken voor een gedicht: een tent van tamarinde.

Een tent van tamarinde

Zomer in Hellas, en op lijfsgenade.
Weer onbelemmerd zijn en onbeladen
de toegang tot een tijd van toeval vinden
onder een zonnetent van tamarinde.

Zich zonder heftigheid of haast beraden
op wat men heeft gedaan en nagelaten
terecht of onterecht verwierp beminde
onder een zonnetent van tamarinde.

De boten áf zien varen van de kade
zélf landinwaarts op onbegonnen paden
lang neergezeten als een welgezinde
onder een zonnetent van tamarinde.

Anton van Wilderode (1918-1998) Uit: “Een tent van tamarinde ” 1984.

avondschouw

 

De Onbekende Engelse schrijver van De Wolk is een tijdgenoot van Meister Eckhart, Catharina van Siënna, Jan van Ruusbroeck en Geert Groote. Veertiende eeuw.

DE WOLK VAN NIET-WETEN

Hier begint het boek over beschouwing, getiteld:
Wolk van niet-weten,
In welke wolk de ziel wordt verenigd met God.

God,
voor wie alle harten open liggen, tot wie iedere wil zich wendt,
en voor wie geen geheim verborgen is,
ik smeek U : zuiver zó het verlangen van mijn hart
door de onuitsprekelijke gave van uw genade,
dat ik volmaakt U beminnen en waardig U lof toezingen mag. Amen.

Proloog
IN DE NAAM VAN DE VADER EN DE ZOON EN DE HEILIGE GEEST
Jij die dit boek nu in bezit hebt, of het nu je eigendom is of dat je het alleen maar in bewaring hebt, of je het ergens heen brengt, of dat je het hebt geleend, wie je bent, om één ding vraag ik je dringend en dat geef ik je ook als opdracht. Je moet eerlijk en vastbesloten beloven het niet te lezen, het niet over te schrijven of er met iemand over te spreken, en niet toe te laten dat iemand anders het leest, het overschrijft of erover spreekt, tenzij diegene die volgens jouw oordeel werkelijk met heel zijn persoon besloten is Christus volmaakt te volgen. En dat niet alleen in het werkende leven, maar tot de hoogste top van het beschouwende leven, die een volmaakt mens met zijn sterfelijk lichaam door Gods genade bereiken kan. Jij moet van oordeel zijn dat hij iemand is die al geruime tijd al wat hij ‘maar kan gedaan heeft om tot het beschouwende leven te geraken door de stuwkracht van zijn actieve leven. Anders zal dit boek hem niets te zeggen hebben.
Bovendien geef ik je als opdracht en vraag ik je met het gezag van de liefde: als iemand dit boek leest, het overschrijft, of erover spreekt, of het hoort voorlezen of spreken, draag jij hem dan op, zoals ik het jou nu doe. Om ruim de tijd te nemen voor de lezing, het gesprek of het overschrijven. Want wellicht is er iets, in het begin bijvoorbeeld of middenin, dat in de lucht is blijven hangen of dat op die speciale plaats niet volledig is verklaard. Wel als het dáár niet is behandeld, dan is het dat misschien wel spoedig daarna of aan het einde van het boek. Maar als iemand de stof slechts ten dele las, zou hij gemakkelijk op een dwaalspoor kunnen raken. Om deze fout zowel voor jezelf als voor anderen te vermijden bid ik je, omwille van de liefde: doe wat ik je nu zeg.
Het kan mij helemaal niet schelen wanneer schreeuwers of vleiers, of quasie-nederigen, of muggenzifters, kletsmeiers, zeurpieten, kwaadsprekers of wat voor soort brompotten ook, dit boek nooit onder ogen zouden krijgen. Het was helemaal mijn bedoeling niet iets voor hen te schrijven. Zij kunnen er dus van afblijven. En dat geldt ook voor al die geleerde mannen (en eveneens de niet-geleerden) die enkel maar nieuwsgierig zijn. Zelfs al zijn zij, vanuit het standpunt van het ‘actieve’ leven bezien, goede lieden, dan zal dit alles voor hen toch niets te betekenen hebben. Maar wel zal het iets betekenen voor hen die uiterlijk staan in het actieve leven, maar die toch door de innerlijke werking van de heilige Geest (zijn oordelen zijn ondoorgrondelijk) gevoelig zijn voor de beschouwing. Niet voortdurend misschien, zoals de echte schouwers, maar zo nu en dan vol verlangen om deel te krijgen aan de diepere dingen van de beschouwing. Als zulke mensen dit boek zien, zouden zij, met Gods genade, er intens door geïnspireerd kunnen worden.
Er zijn vijfenzeventig hoofdstukken in dit boek. Het allerlaatste geeft onmiskenbare tekenen aan de hand waarvan je met zekerheid kunt vaststellen of God jou tot dit werk van schouwing roept of niet.
Mijn vriend in God, heel dringend vraag ik je: zie met de grootste aandacht toe op de weg en de beleving van je roeping. En breng God van ganser harte dank: dat je met behulp van zijn genade onversaagd de staat en de plaats en de levenswijze die je met volle overgave hebt aanvaard, beleven mag, tegen al de listen en aanvallen van je vijanden naar lichaam en geest in; en dat je door alle moeilijkheden heen de kroon mag verwerven van het eeuwig leven. AMEN


De wolk van niet-weten is een mystieke klassieker uit de veertiende eeuw. Het is een tijd van ingrijpende cultuurveranderingen, vernietigende pestepidemieën, oorlogen en dramatische kerkscheuringen. In Europa ontstaat een grote opleving van het religieuze leven.

Uitgever: Gennep B.V., Uitgeverij Van
  • Nederlands
  • 132 pagina’s
  • Gennep B.V., Uitgeverij Van
  • juni 2012
  • Vertaling uit het Engels: André Zegveld
  • Titel: The Cloud of Unknowing

als je een landschap was

IMG-20160702-WA0043IMG-20160702-WA0045IMG-20160702-WA0047IMG-20160702-WA0049IMG-20160702-WA0051IMG-20160702-WA0053IMG-20160702-WA0055IMG-20160702-WA0057IMG-20160702-WA0059IMG-20160702-WA0061IMG-20160702-WA0063IMG-20160702-WA0065IMG-20160702-WA0067IMG-20160702-WA0069

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen

Als je een landschap was waar ik doorheen kon lopen,
stil staan en kijken met mijn ogen open
en languit op de harde grond gaan liggen,
er mijn gezicht op drukken en niets zeggen.
Maar ’t meeste lijk je op de grote lucht erboven,
waar ruimte is voor buien licht en donkre wolken
en op de vrije wind daartussen,
die in mijn haren woelt en mijn gezicht met kussen
bedekt, zonder te vragen, zonder te beloven.


M. Vasalis (1909-1998) uit: ‘Vergezichten en gezichten’, 1975.

 

bij avondlicht

IMG-20160630-WA0051IMG-20160630-WA0049IMG-20160630-WA0045IMG-20160630-WA0043IMG-20160630-WA0041IMG-20160630-WA0039IMG-20160630-WA0037IMG-20160630-WA0035IMG-20160630-WA0033IMG-20160630-WA0031IMG-20160630-WA0029IMG-20160630-WA0027IMG-20160630-WA0025IMG-20160630-WA0023IMG-20160630-WA0021IMG-20160630-WA0019IMG-20160630-WA0017IMG-20160630-WA0013

Avond

Nauw zichtbaar wiegen op een lichten zucht
De witte bloesems in de scheemring — ziet,
Hoe langs mijn venster nog, met ras gerucht,
Een enkele al te late vogel vliedt.

En ver, daar ginds, die zachtgekleurde lucht
Als perlemoer, waar ied’re tint vervliet
In teêrheid… Rust — o, wondervreemd genucht!
Want alles is bij dag zó innig niet.

Alle geluid dat nog van verre sprak,
Verstierf — de wind, de wolken, alles gaat
Al zachter en zachter — álles wordt zo stil…

En ik weet niet, hoe thans dit hart, zo zwak,
Dat al zó moê is, altijd luider slaat,
Altijd maar luider, en niet rusten wil.

Willem Kloos (1859 – 1938)